Montessori

Wat is nu eigenlijk Montessorionderwijs?
Dat is niet in een paar regels te vatten.  Daarom hebben wij  de meest gestelde vragen op een rijtje gezet en hopen we dat u met de antwoorden een beeld krijgt van het Montessorionderwijs op onze school.
 
Maria Montessori, wie was dat eigenlijk?
Maria Montessori, in 1870 geboren, was de eerste vrouwelijke arts in Italië en werd hoogleraar in de antropologie aan de universiteit van Rome. In opdracht van de regering stichtte zij in de sloppenwijken van Rome haar ‘Casa dei Bambini’, waarin  kinderen, van wie beide ouders buitenshuis werkten, opgevangen en begeleid werden.
De daarbij gebruikte methode had zoveel succes, dat deze steeds meer toepassing vond, ook in milieus van meer bevoorrechte kinderen. Centraal in haar ideeën over de begeleiding van kinderen naar volwassenheid staat datgene wat het kind zelf behoeft. Door zorgvuldige observatie leerde zij deze behoeften te onderkennen. Zij wijdde haar  leven aan de uitbouw van haar wetenschappelijke visie op opvoeding en onderwijs. Deze blijkt nog steeds volledig actueel te zijn en vindt steeds meer navolging. Dr. Montessori bracht haar laatste levensjaren in Nederland door en overleed in 1952 te Noordwijk.
Sinds wanneer kennen wij Montessori in Nederland ?
In 1916 werd in Den Haag de eerste Montessorischool van Nederland opgericht. Een jaar daarna volgde er ook één in Amsterdam. Onze school bestaat sedert 1927 en is sinds 1977 een Montessorischool.
 
Wat is er eigenlijk zo speciaal aan het Montessorionderwijs?
Bij het Montessorionderwijs gaat men er van uit dat een kind voornamelijk zelf actief is bij zijn ontwikkeling naar  zelfstandigheid. Onnodig ingrijpen van volwassenen bemoeilijkt dit proces. De Montessorischool wil een omgeving zijn, die voortdurend prikkelt tot zelf handelen. Hierbij valt een deskundige leerkracht niet weg te denken.  Deze dient geschoold te zijn in het observeren van ieder kind afzonderlijk en in het aanbiedenvan de specifieke Montessorimaterialen. Deze zijn aangepast aan het ontwikkelingsniveau van de kinderen. Bij jonge kinderen bijvoorbeeld wordt vooral tegemoetgekomen aan hun zintuiglijke behoeften. Daardoor worden overigens ook de verstandelijke vermogens geactiveerd. Voor de oudere leerlingen is er meer materiaal dat gericht is op de intellectuele vaardigheden en op de groeiende belangstelling  voor de wereld om ons heen.
 
 
Vertel eens wat meer over het Montessorimateriaal!
In het Montessorionderwijs heeft het materiaal, waarmee de kinderen leren en zichzelf ontwikkelen, een enorm belangrijke plaats. Met concreet en symbolisch materiaal krijgt het kind inzicht in soms moeilijke en abstracte  begrippen. Het materiaal geeft de mogelijkheid om zoveel mogelijk zintuigen te gebruiken bij het in zich opnemen van de stof. Het nodigt uit tot spontane herhaling van de handeling. Hierdoor en door de manier waarop kinderen ermee kunnen werken, gaan ze echt in  hun bezigheid op. Dit heeft ontegenzeglijk een grote vormende waarde. Het materiaal is vaak ook zelfcorrigerend, waardoor de kinderen zonder inmenging van  de leerkracht hun ‘fouten’ zelf kunnen ontdekken. Het materiaal ziet er aantrekkelijk  uit en moet zorgvuldig onderhouden worden. Daardoor vormt het voortdurend een  uitnodiging en dat is nu precies waar het om gaat. U zou het echt zelf eens moeten  komen bekijken en zien hoe er mee gewerkt wordt. Als uw kind dan over de bruine trap, de bellentafel, het gouden materiaal of het honderdbord praat, weet u precies waar het over gaat.
 
 
Zit er in het Montessorionderwijs wel beweging ?
Het montessorionderwijs, en dus ook onze school, behoort tot de groep van de zogenaamde traditionele vernieuwingsscholen. Traditioneel omdat de basis van het onderwijs reeds lang geleden ontworpen is, vernieuwend omdat het zijn principes uit theorieën haalde die toen niet erg gangbaar  waren. Na zo vele jaren van montessorionderwijs lijkt het alsof het traditionele moeilijk te handhaven is. En toch is dit zeker de bedoeling, ondanks de actuele berichtgeving waarin gemeld wordt dat het onderwijs op vele terreinen aangepast dient te worden. Echter: vaak komt een snelle aanpassing in conflict met de uitgangspunten. Bij ons op school wordt zeer vaak aandacht gegeven aan de actuele situatie. De oplossingen die door ons aangedragen worden, moeten altijd ingepast worden in de montessoriaanse werkwijze. Nieuwe methodes of nieuwe vakgebieden moeten zo in de klas terechtkomen dat het op een montessoriaanse  manier te verwerken is. U begrijpt dat dit een groot beroep doet op de vaardigheid van de leerkrachten om materiaal te kunnen beoordelen en eventueel zelf te maken.  Voor elke vernieuwing is tot dusver een passende oplossing gevonden. Ondanks het traditionele aspect worden actuele ontwikkelingen besproken en ingepast. Wij zijn dus een school gebleken die volop in beweging is. Het devies is dan ook: open staan voor vernieuwingen, doch geen concessies doen aan het traditionele aspect van een montessorischool.
 
Komt de sociale vorming eigenlijk niet wat in het gedrang?
Nee! Juist doordat er  kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar zitten, kunnen de ouderen de jongeren helpen en leren de jongeren hulp te vragen aan de ouderen. Ook veel van de leermiddelen nodigen uit tot samenwerking. Zo is er bijvoorbeeld van een bepaald soort materiaal maar één of twee stuks in het lokaal aanwezig, zodat je ook leert wachten. Hoewel kinderen natuurlijk vrij zijn om alleen te werken, zullen ze door sfeer, materiaal en de leeftijdsopbouw  in de groep ervaren dat het plezierig is om samen te werken en je sociaal te gedragen. Voor wat de sociale ontwikkeling betreft ervaren de kinderen het als prettig, dat ouderen met jongeren werken; je bent niet altijd de oudste  of jongste in de groep, je bent niet altijd de domste of de knapste. Er is dus minder kans op het ontstaan van meerder–  of minderwaardigheidsgevoel. Je  leert echt rekening houden met elkaar. Wat betreft individualisering en continuïteit: er wordt niet uitgegaan van het zogenaamde gemiddelde kind. Er is dus geen tijdsverspilling door het opleggen van een gemiddeld tempo. De vluggerds hoeven zich niet te vervelen, de zwakkeren hoeven zich niet zenuwachtig te maken. Ieders eigen aard en aanleg wordt gerespecteerd.  Het kind krijgt de kans om op zijn manier en in  zijn tempo voort te gaan.
 
Zittenblijven komt dus niet voor?
Nee, daar kun je bij het Montessorionderwijs niet van spreken. Want als de ontwikkeling naar verhouding wat langzamer verloopt, hoeft het kind de leerstof van het afgelopen jaar niet weer te ‘herkauwen', maar kan het gewoon in eigen tempo en op eigen niveau doorgaan. Het kan dus wel voorkomen dat een kind langer op school blijft dan over het algemeen gebruikelijk is, maar dat kun je op deze manier geen zittenblijven noemen.
 
Mag op een Montessorischool een kind doen waar het zin in heeft ?
Een kind heeft veel vrijheid om zelf zijn werk te kiezen, maar de leerkracht let er op, dat die keuze in verhouding blijft tot de mogelijkheden van het kind. De leerkracht is er op uit om de optimale capaciteiten van een kind te ontdekken. Hij nodigt het kind uit deze te ontplooien.  De vrijheid is groot, maar wel binnen de gestelde regels. Zo proberen we een discipline te ontwikkelen. Als de kinderen die vrijheid aankunnen, zal je ze die geven. Wij noemen dat: "Vrijheid in gebondenheid".
 
Wie bepaalt het tempo waarin de kinderen werken?
De kinderen mogen in hun eigen tempo werken. De leerkracht let er op, dat dit in overeenstemming is met de mogelijkheden van de leerlingen.
 
 
Wordt er helemaal niets  ‘Klassikaal’ gedaan?
Jawel, bijvoorbeeld aardrijkskunde, geschiedenis en verkeer  worden met een groep  behandeld. Het is de bedoeling dat  door zo’n groepsles de kinderen gemotiveerd worden om  zelfstandig het besprokene te gaan verwerken. Dat gebeurt  door er werkjes, verslagen en dergelijke over te maken. De leerkracht kan daar onder andere aan zien of de stof begrepen is.
 
 
Krijgen de kinderen ook een rapport?
Cijferrapporten kennen we niet; we vinden dat cijfers te weinig zeggen over de kennis, aanleg,inzet en sociale houding van de kinderen. We denken dat ze eerder  aanleiding geven tot competitie en naijver. In plaats van cijferrapporten krijgende ouders twee maal per jaar geschreven verslagen van hun kind. Zo’n verslag geeft  uitgebreide informatie over de vorderingen van het kind en wordt bovendien in een persoonlijk gesprek tussen de leerkracht en
de ouders besproken. Deze  verslagbespreking is ook een hulpmiddel bij een goede samenwerking tussen ouders en school. Op de  Montessorischool wordt de nadruk niet op de beloning gelegd in de vorm van een cijfer, maar ligt de nadruk op het werk zelf en wordt het werken en het resultaat  daarvan door de kinderen als ‘beloning’ ervaren. Het plezier in het  werk staat voorop en dat is meestal voldoende prikkel. De waardering van de leerkracht geeft ieder kind de kans zichzelf te waarderen. Vanzelfsprekend beschikt de leerkracht zelf wel over een uitgekiend en nauwkeurig opgezet systeem om de bezigheden en vorderingen van de kinderen vast te leggen. Daardoor kan de ontwikkeling van de kinderen op de voet gevolgd worden.
 
 
Delen: